|
Marc Cooper en de Zapatistas, vertaald door Alain Proviste, Lot Vermeer en Jeroen ten Dam
" ... Dus toen de 800 Zapatistas hier de gemeentekantoren binnenvielen en het archief van de politie en het kadaster openbraken en alles verbrandden, toen 1000, misschien wel 2000 van hun strijdmakkers gelijktijdig vijf nabijgelegen stadjes innamen en supermarkten opengooiden voor de armen en plaatselijke politie-agenten verjoegen of in een enkel geval vermoordden, toen zij het ene stadhuis afbraken met voorhamers en het andere met zagen en bijlen, en daarbovenop ook nog het Mexicaanse leger langer dan een week op afstand wisten te houden, toen waren zij niet bezig met een of ander pathetisch revolutionaire poppenkast, overgebleven van de middenamerikaanse uitbarstingen in de jaren tachtig. Juist omdat het EZLN zijn oog had laten vallen op San Christóbal als voornaamste podium voor zijn verrichtingen, juist omdat het tijdstip van de opstand samenviel met de realisering van het NAFTA-accoord, maar ook vanwege het complexe karakter van het EZLN en waar het voor staat, juist daarom is wat er in Chiapas gebeurt veel meer dan een uit de mottenballen gehaalde marxistische guerilla-beweging. Het geweervuur van 1 januari in Chiapas luidde het Einde van het Einde van de Geschiedenis in. Chiapas was niet het laatste gesis van de revolutionaire slang, maar veeleer de eerste gewapende strijd tegen de Wereldmarkt, en tegelijkertijd, op een manier die Amerikanen maar niet willen begrijpen, voor Democratie ..."
|