en andere gedichten

Sonja Prins

Sonja Prins (Haarlem, 1912) richtte op achttienjarige leeftijd het linkse avant-gardistische blad Front op, waarin ondermeer John Dos Passos en Ezra Pound publiceerden. Ze debuteerde als dichter in 1933 onder het pseudoniem Wanda Koopman met Proeve in strategie.
Tussen 1934 en 1937 kreeg ze haar drie kinderen. In de jaren dertig was ze tevens actief als antifascist. Op 24 augustus 1939 dook ze, na het uitroepen van de algehele mobilisatie in Hilversum, onder en werd actief in het communistische verzet. Ze kon aan het begin van de Tweede Wereldoorlog als secretaresse werken bij staalfabriek Denka en organiseerde vanuit die positie de verspreiding van het illegale blad De Vonk. In 1941 werden zij en haar moeder gearresteerd en kwamen, na internering in het "Oranjehotel" in Scheveningen, in 1942 in concentratiekamp Ravensbrück terecht. In het beruchte vrouwenkamp zou ze de rest van de oorlog doorbrengen. Deze periode uit haar leven staat centraal in haar werk.

De kille ontvangst in het bevrijde Nederland, de vaststelling dat de jodenbuurt in Amsterdam, waar ze voor de oorlog woonde, niet meer bestond, en het feit dat al haar linkse vrienden dood waren leidde tot een mentale toestand van totale gevoelloosheid, van koude mist over een kale vlakte. Een beeld dat zich in haar geest zou nestelen. Vanwege de strijd om het bestaan en de zorg voor haar kinderen sleepte ze zich na twee jaar uit deze psychische gesteldheid. In 1949 publiceerde ze De Groene Jas, een roman over Ravensbrück.

In de jaren vijftig werkte Prins op het secretariaat van De Waarheid. Vanwege de reactie van de CPN-leiding op de misdaden van Stalin en op de Hongaarse opstand legde ze haar werkzaamheden voor partij en krant neer. Haar vele pogingen vervolgens om regulier werk te krijgen werden tot diep in de jaren zestig gesaboteerd door de BVD. Dat leidde ertoe dat ze onregelmatig als secretaresse werkzaam was bij verschillende bedrijven. Al die jaren bleef ze poëzie schrijven en publiceerde regelmatig.

Eind jaren zestig ontving Sonja Prins een verzetspensioen, waardoor ze zich in een woning in de bossen bij Baarle kon terugtrekken. Ze kon er tot rust komen en een nieuw leven beginnen. Ze startte er de kleine uitgeverij SOMA waarmee ze tientallen poëziebundels en politiek culturele publicaties het licht deed zien.

In Het boek van de cineast zijn gedichten opgenomen die geschreven werden tussen 1930 en 1980.


Het boek van de cineast
en andere gedichten
Sonja Prins
78 pagina's
ISBN 978 90 6728 198 0
NUR 306
Prijs € 10.00



[Vorige] [Volgende]


[Home] [Fondslijst] [Nieuwsbrief] [Bestellen] [Informatie]
[Gastenboek] [Links] [Wegwijzer] [E-mail]


- Copyright @ CroWeb Design 2006, all rights reserved -