|
|
 |
Sonja Prins woonde tot enkele maanden voor haar overlijden (15-1-2009)als kluizenaar in de bossen van Baarle-Nassau, waar ze in de jaren zeventig vanuit Amsterdam de eenzaamheid opzocht om zich aan de literatuur te kunnen wijden.
Prins heeft talloze dichtbundels en één roman, De Groene Jas, geschreven. Ze debuteerde op jonge leeftijd met de bundel Proeve in Strategie, die door dichters als Marsman en Van Vriesland jubelend werd ontvangen.
|
|
Weegschaal de aarde - Gedichten 1921-1957
verwacht in september
Sonja Prins
verzameld werk deel 2
„Zij houdt van het leven, van de natuur, en van den natuurlijken mensch. Zij heeft het gevoel dat vooral de huidige maatschappij den mensch knecht, verminkt, bederft. Tegen deze verwording richt zich, in velerlei vormen, haar protest.”
Marsman bij de introductie in 1933 van Sonja Prins’ debuut Proeve in strategie.
Het tweede deel van Weegschaal de aarde bevat de poëzie van Sonja Prins uit de jaren 1921-1957: dit is de periode van haar jeugd, haar literaire tijdschrift Front, haar kennismaking met en het afscheid van het communisme, haar erkenning als dichter, de geboorte van haar kinderen, de oorlog en haar jarenlange verblijf in het concentratiekamp Ravensbrück. De meest aangrijpende periode in haar leven, die soms tot in detail in haar gedichten is terug te vinden.
ISBN 9789067282383
NUR 306
592 pagina's
EUR 29,50
Weegschaal de aarde
Sonja Prins
‘Een sterk en oorspronkelijk talent’, noemde de dichter Marsman in 1933 de toen 21-jarige Sonja Prins bij het verschijnen van haar eerste dichtbundel Proeve in strategie. ‘Hoe vroeg verbitterd haar stem soms ook aandoet, nergens verzwakt dit haar accent: het blijft, ook in zijn giftigheid, verbeten-opstandig.’
Haar leven lang droeg Sonja Prins dat verbeten opstandige met zich mee. Als puber, als communistische wereldverbeteraar, als gevangene van het concentratiekamp Ravensbrück en vooral als dichter. Tot in haar laatste uren – ze overleed in 2009 op 96-jarige leeftijd – werkte ze aan haar verzameld werk, haar talloze gedichten, een paar romans en scenario’s en de Boshut in Baarle-Nassau waar ze zich van de wereld had teruggetrokken om zich volledig te kunnen wijden aan de literatuur. Alles wat ze te zeggen had, stond in haar gedichten, zei ze wie bij haar te rade ging.
Sonja Prins stamt uit een roemrijk Haarlems geslacht van kunstenaars en intellectuelen. Haar moeder was een destijds bekende feministe, haar vader werd de laatste bohemien van Nederland genoemd. Ze sleepten Sonja en haar jongere broertje de hele wereld over en die jaren hebben Sonja gevormd. Ze voelde zich al jong meer thuis in de literatuur dan bij haar leeftijdgenoten. Na de oorlogsjaren – haar drie kinderen werden grotendeels door haar moeder opgevoed – kostte het haar grote moeite de draai van het gewone leven weer op te pakken.
Na de inval van de Sovjet-Unie in Boedapest verbrak ze de banden met de CPN, wat ook een pijnlijk afscheid betekende van haar geliefde baan en haar vrienden. Via uitzendwerk verdiende ze de kost voor het gezin, maar altijd keerde ze weer terug naar haar gedichten en vond ze troost in de literatuur. Uiteindelijk was en bleef die haar grote liefde.
De boeken worden ingeleid door Lidy Nicolasen.
deel 1 Proza
ISBN 9789067282376
NUR 300
388 pagina's
EUR 29,50
Bestellen
volgende delen:
2 Gedichten 1921-1957
3 Gedichten 1958 - 1976
4 Gedichten 1977 - 1979
5 Gedichten 1980 - 1981
6 Gedichten 1982 - 2005
Het boek van de cineast
Sonja Prins
Voor bewezen diensten 1
Sonja Prins (Haarlem, 1912) richtte op achttienjarige leeftijd het linkse avant-gardistische blad Front op, waarin ondermeer John Dos Passos en Ezra Pound publiceerden. Ze debuteerde als dichter in 1933 onder het pseudoniem Wanda Koopman met Proeve in strategie. Tussen 1934 en 1937 kreeg ze haar drie kinderen. In de jaren dertig was ze als lid van de CPN ook antifascist. Op 24 augustus 1939 dook ze, na het uitroepen van de algehele mobilisatie, in Hilversum onder en was actief in het verzet.
Nadat Sonja Prins in 1941 samen met haar moeder werd gearresteerd, kwam zij, na internering in de Scheveningense gevangenis, in 1942 in concentratiekamp Ravensbrück terecht. In het beruchte vrouwenkamp zou ze de rest van de oorlog doorbrengen.
De kille ontvangst in het bevrijde Nederland, de vaststelling dat de jodenbuurt in Amsterdam, waar ze voor de oorlog woonde, niet meer bestond, en het feit dat al haar linkse vrienden dood waren, leidde tot een mentale toestand van totale gevoelloosheid, van koude mist over een kale vlakte. Een beeld dat zich in haar geest zou nestelen. Vanwege de strijd om het bestaan en de zorg voor haar kinderen sleepte ze zich na twee jaar uit deze psychische gesteldheid. In 1949 publiceerde ze De groene Jas, een roman over Ravensbrück.
In de jaren vijftig was Prins secretaresse van het maandblad Politiek en Cultuur en had ze een eigen kamertje aan de achterkant van Felix Merits waar ook (maar dan aan de voorkant) een aantal partijbestuursleden huisden. Vanwege de reactie van de CPN-leiding op de misdaden van Stalin en op de Hongaarse opstand legde ze haar werkzaamheden voor Politiek en Cultuur en de weekbladen neer. Haar vele pogingen vervolgens om regulier werk te krijgen werden tot diep in de jaren zeventig gesaboteerd door de BVD.
In 1970 ontvangt Sonja Prins een verzetspensioen, waardoor ze zich in een woning in de bossen bij Baarle kon terugtrekken. Ze startte er de kleine uitgeverij SoMA waarmee ze tientallen poëziebundels en politiek culturele publicaties het licht deed zien.
In Het boek van de cineast zijn gedichten opgenomen die geschreven werden tussen 1930 en 1980.
ISBN 9789067281980
NUR 306
78 pagina's
EUR 10,00
De eeuw van Sonja Prins
Bij Bert Bakker verschijnt in april 2009 De eeuw van Sonja Prins, een biografie van Lidy Nicolasen.
(ISBN 9789035133563)
Sonja Prins stamt uit een geslacht van kunstenaars en intellectuelen dat in het begin van de vorige eeuw aan de ketenen van de burgerij ontsnapt en de proletarische revolutie omhelst. Haar vader is Nederlands laatste bohemien, haar moeder juriste.
Aan de hand van gesprekken met Sonja Prins zelf, dagboeken en brieven van haar ouders, grootouders en kinderen,
reconstrueert Lidy Nicolasen haar turbulente en tegendraadse leven dat bijna een eeuw heeft geduurd.
Deze biografie is een geweldige introductie op het te verschijnen Volledige werk van Sonja Prins.
Ode aan de doden
Niet in de uitzending geweest, toch te zien:
Sonja Prins
Een eenzame dichteres in het bos
Sonja Prins leefde de laatste 40 jaar van haar lange leven alleen in het bos. Begin jaren zeventig koos ze bewust voor een teruggetrokken bestaan. Ze had weinig contact met anderen: niet met haar kinderen of vrienden. In de oorlog was ze een fel communiste geweest en had actief verzetswerk gedaan. Maar na de oorlog keerde ze het communisme teleurgesteld de rug toe en verdwenen de meeste vrienden uit haar leven. Met een verzetspensioen kocht ze toen de boshut en daar deed ze niets dan schrijven en schrijven: over haar ervaringen in het concentratiekamp, maar ook over de schoonheid van de natuur om haar heen.
Mien en Elly
Twee vrouwen hebben haar de laatste jaren van dichtbij meegemaakt: Mien Bastiaansen en Elly Cornelissen. Elly kwam twee keer in de week schoonmaken en Mien heeft in de loop der jaren alle gedichten van Sonja Prins uitgetypt. Na haar dood hebben de twee Brabantse buurvrouwen de nalatenschap van Sonja doorgespit. Elk papiertje in de boshut is nageplozen. Kort na haar dood verscheen van de hand van Lidy Nicolasen de biografie van de dichteres onder de titel ‘De Eeuw van Sonja Prins’ en onlangs is het eerste deel van haar Verzameld Werk uitgekomen. Met dank aan Mien en Elly.
In een filmpje op de website van de KRO blikken de dames terug op het bewogen leven van Sonja Prins…
|
|
 |
|
|
Werk in uitvoering
Deze website is in opbouw en zal stapsgewijs uitgroeien tot het volledig overzicht.
Tot die tijd is de oude site nog te bezoeken.
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|