TER HERINNERING



UITGELICHT:
Guus Houtzager


HOME
VERWACHT
RECENT VERSCHENEN
informatie voor de BOEKHANDEL
AUTEURS & RECENSIES:
• Auteurs A-B
• Auteurs C-K
• Auteurs L-R
• Auteurs S-Z

CONTACT


NON-FICTIE

NIEUWE GESCHIEDENIS
• memoires Willem Oltmans
GESCHIEDENIS
ECONOMIE
JURIDISCH
ACTUALITEIT
VLUGSCHRIFTEN


FICTIE

PROZA
POËZIE
TONEEL
WAARGEBEURDE VERHALEN
POLITIEKE PROZA/ESSAYS
KINDERBOEKEN


LITERAIRE VERTALINGEN
RUSSISCH
ENGELS
SPAANS
FRANS


SAMENWERKING

HUMANISTISTEN
VRIJDENKERS


IMPRINT

UITGEVERIJ SCHOKLAND
UITGEVERIJ BÉATRICE SMEETS


DISTRIBUTIE
SAM BROERSMA
ELISABETH GREBER
RONDOS


UITVERKOCHT

IN MEMORIAM

In hun boeken blijven ze.

 

 

 

Marc Ouwerling
07-12-2015

8 augustus 1954 - 7 december 2015

Marc bracht in 1988 zijn dichtbundel De Gemorste Tijd bij ons uit.

In hetzelfde jaar verscheen van hem en Rutger Lokin het fotodocument De stilte en de echo, over de overblijfselen van Duitse vernietigingskampen in Polen.

 

 

Necrologie BN DeStem

 

 


De Gemorste Tijd

Over het vasteland
ben ik hierheen gereisd: waar
het water het opgeeft en het zand
wordt gemaskeerd, waar in

een nooit aflatend ritme op de vloedlijn

schijnbewegingen worden uitgevoerd.
Ik zal er wachten tot uit de Tuin
de slang verdreven is – een wachten

op de eilanden, totdat deze,
door passaten naderbij gedreven,

versmelten met onze kusten. Kom,
laat me je in die tussenliggende tijd
vertellen hoe een en ander in elkaar steekt:
de verhoudingen tussen grootmachten
of, op kleinere schaal, die tussen

flatbewoners. Ik zou je kunnen schetsen
wat er zich van minuut tot minuut
afspeelt in volkstuintjes
met hoge coniferen – borsten
van brons en transistor met wedstrijdverslag

en weerbericht. Ken je overigens
de historie van de man
die een naam heeft gekrast
in een van de ceders van Libanon?
Of het verhaal van de zonaanbidders

op de stranden van Gallipoli?
Sectie moet nog uitwijzen
of het hier om een oorlog ging…
Zie je, de vloed zet op,
Stomme vanzelfsprekendheid.

Wanneer om mij heen,
na zoveel jaren, de tijd is geluwd
zal er niemand zijn die vraagt
hoe het ginder was: waar het geweten
schroeit, de wind de huid verdort,

waar sindsdien voorgoed gezwegen wordt.
Nog steeds verglijdt de tijd,
zwelt achter mij –
zie je, er zitten krassen in de lucht,
ik moet even niet hebben opgelet.

 

 

 

 


Marcel van Beurden
29-10-2012

30-12-1966 - 29-10-2012

Marcel van Beurden bracht in 2004 zijn boek Het buitenaardse raadsel uit bij Papieren Tijger.

 

Marcel was freelance publicist van met name populair-wetenschappelijke artikelen, onder andere in Skepter en Psychologie Magazine.

Behalve schrijver van non-fictie was hij ook dichter. Hij won een gedeelde tweede plaats in de Tilburgse Poëzieprijs 2002, en de eerste CuBra-Literatuurprijs voor poëzie. Zijn poëzie werd gepubliceerd in Leydraden en Meelij & Afschuw.

Beroepshalve was Marcel jobcoach, deed bemiddeling en begeleiding van arbeidsgehandicapte mensen (psychisch, lichamelijk gehandicapt, of met een afstand tot de reguliere arbeidsmarkt) naar een niet-gesubsidieerde baan. Sinds 2008 werkte hij als Thuiszorgmakelaar.

 

Wild waait de wind...

Niemand weet wie ik ooit was
en wat de meesten in mij zochten,
is er niet - als het er ooit was.
'Wild waait de wind in wijde bochten.'

Niemand weet wie ik ooit was
maar eenzaam in de diepste krochten,
vond ik terug wie ik ooit was.
'Wild waait de wind in wijde bochten.'

Niemand weet wie ik ooit was
maar niettemin heb ik gevochten:
ik was Hem die jij in mij las.
'Wild waait de wind in wijde bochten.'

Marcel van Beurden

 

 

 


Kor Bedee
18-11-2010

28 november 1921 - 18 november 2010

Een dierbare herinnering aan Kor Bedee
Lidewij Snelders

Foto: Erika Veldman ©

 

Op een miezerige dag begin december 2002, bij de Beurs van Kleine Uitgevers in Paradiso, zag ik tot mijn grote verrassing Kor Bedee rondlopen. Ze bleek op zoek naar een uitgever en had ook al iemand op het oog. Ik wees haar de man die ze zocht en we praatten nog wat. Over het boek dat ze van plan was uit te geven. Een héél belangrijk boek, over oud worden. Kor was zelf net eenentachtig geworden en had diverse leeftijdsgenoten uit haar omgeving zo ver gekregen dat ze een stuk schreven, of geïnterviewd werden over oud worden, hoe je dat doet. Alleen… haar uitgever was plotseling afgehaakt.

Wie Kor hoorde praten over haar boek werd net zo enthousiast als zijzelf. Dat boek moest er hoe dan ook komen! En hoewel het niet helemaal in de lijn van Papieren Tijger lag, heb ik Kor terloops gezegd dat ze, als ze geen uitgever kon vinden, maar eens contact met me moest opnemen. Kerstmis 2002. Telefoon: “Ik doe het!!!”. Het duurde even voor ik begreep wie ik aan de lijn had en wat ze zou doen.

En zo is het gekomen dat de eerste druk van OWHDJD (Oud worden hoe doe je dat?) in september 2003 verscheen. Kor had helemaal gelijk, er waren heel veel mensen die haar boek wilden lezen. Veel meer dan ik had bedacht, want er zijn 5 drukken verschenen!

Kor Bedee wist wat ze deed.

 

 

 


Joop Waardeloo
29-05-2010

31 juli 1928 - 29 mei 2010

Ik ben Joop Waardeloo, geboren op 31 juli 1928 in de Van Speykstraat nr. 52, eerste verdieping, te Rotterdam. Ik ben nu 77 jaar, en het was beter geweest als mijn vader zijn kwakkie op het fornuis had gespoten, dan zou mijn leven met een sisser afgelopen zijn geweest. Want die achternaam Waardeloo, daar kan een grote S achter: waardeloos, dat is mijn leven geweest.

Zo begon Joop Waardeloo zijn autobiografie Waardeloos: de verwerking van zijn rauwe Rotterdamse leven in de 20ste eeuw waarin hij opgroeide. Hij debuteerde op hoge leeftijd bij Papieren Tijger.

 

 

 


W.J. Schuijt
13-04-2009

27 juni 1909 - 13 april 2009

W.J. Schuijt, doctor in de Romaanse Letteren, werd als Amsterdamse volksjongen geboren in 1909. Zijn deelname aan het verzet tijdens de Tweede Wereldoorlog leverde hem de Amerikaanse Medal of Freedom op. In Parijs was hij gedurende vijf jaar correspondent van het dagblad De Tijd en schreef meerdere boeken over Frankrijk.

Als lid van de KVP had Schuijt een lange en intensieve politieke loopbaan. Van 1956-1971 was hij lid van de Tweede Kamer. In 1958 begon hij in het Europees Parlement, waar hij in 1977 afscheid nam als vice-voorzitter. Tegelijkertijd nam hij afscheid van de Eerste Kamer, waarin hij in 1971 zitting had genomen. Tussentijds was hij van 1970-1972 lid van de gemeenteraad van Den Haag.

Op zeer hoge leeftijd besloot W.J. Schuijt het standaardwerk over de wording van de democratie in Amerika van Alexis de Tocqueville te vertalen. In november 2007 verscheen Over de democratie in Amerika II.

 

"Terwijl de partijen zich met de dag van morgen bezig houden, heb ik willen nadenken over de toekomst." − Alexis de Tocqueville.

 

 

 


Sonja Prins
15-01-2009

14 augustus 1912 - 15 januari 2009

Sonja Prins woonde tot enkele maanden voor haar overlijden als kluizenaar in de bossen van Baarle-Nassau, waar ze in de jaren zeventig vanuit Amsterdam de eenzaamheid opzocht om zich aan de literatuur te kunnen wijden.

Prins heeft talloze dichtbundels en één roman, De Groene Jas, geschreven. Ze debuteerde op jonge leeftijd met de bundel Proeve in Strategie, die door dichters als Marsman en Van Vriesland jubelend werd ontvangen. Als 17-jarige lanceerde Prins het avant-gardistische en internationale tijdschrift Front.

Sonja Prins werd in de crisisjaren lid van de Communistische Partij Nederland (CPN). In de oorlog – ze had toen drie kleine kinderen en leefde gescheiden van haar echtgenoot – maakte en verspreidde ze de illegale krant Vonk in Bilthoven en omstreken. Ze werd opgepakt, opgesloten in de gevangenis in Scheveningen en vervolgens op transport gesteld naar het beruchte vrouwenkamp Ravensbrück, waar ze tot het einde van de oorlog gevangen bleef.

In het concentratiekamp vond ze aansluiting bij een groep Nederlandse politieke gevangenen, die met Kerst 1943 een eigen versie opvoerden van het toneelstuk Midzomernachtdroom van Shakespeare. De tekst was geschreven door Prins, die het stuk als kind in Londen had gezien.

Na de Russische inval in 1956 brak Sonja Prins met de CPN en het tijdschrift Politiek en Cultuur, waarvoor ze toen werkte.

Prins bracht haar jeugd door in diverse landen. Haar vader was journalist en schrijver Api Prins, ook wel de laatste bohemien van Nederland genoemd. Hij schreef zijn memoires onder de titel Ik ga m’n eige baan. Haar moeder was Ina Prins-Willekes MacDonald, medeoprichter van de Montessorischool in Nederland.

Papieren Tijger zal haar Volledige werk in vijf delen publiceren.

 

 

 


Louis Sévèke
15-11-2005

28 april 1964 - 15 november 2005

Louis Sévèke was een Nederlands politiek activist, journalist en publicist. Hij stond bekend door zijn strijd tegen de politie en de Binnenlandse Veiligheidsdienst vanwege het onnodig bijhouden van dossiers over politiek activisten.

Louis was verbonden met het onderzoeksbureau Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (OBIV), voorzitter van de Vereniging Steunpunt Inzage PID-Nijmegen en juridisch adviseur van verschillende krakers. Verder zat hij bij de Werkgroep Klachten Politieoptreden en werkte hij veel samen met buro Jansen & Janssen, waar ze onderzoek doen naar de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD). Louis was een van de auteurs van Operatie Homerus.

Op 15 november 2005 kwam hij in het centrum van Nijmegen om het leven door twee pistoolschoten.

 

 

 

 


Elisabeth Greber
07-12-2004

22 juni 1955 – 7 december 2004

Door Anja de Crom & Marischka Verbeek

Op dinsdag 7 december overleed uitgeefster Elisabeth Greber in een ziekenhuis in haar geboorteland Oostenrijk. Ze was al enige tijd ernstig ziek. Elisabeth heeft jarenlang in haar eentje één van de laatste vrouwenboekenuitgeverijen (Uitgeverij Greber) in Nederland in stand gehouden. Haar fonds omvat boeken over vrouwenrechten, gezondheid, kunst, fotografie en lesbische literatuur. Elisabeth was betrokken bij vele maatschappelijke bewegingen, op het gebied van patiëntenrechten, feminisme, mensenrechten, homo-emancipatie, en multiculturaliteit. Daarnaast voorzag ze Nederland via haar importcontacten van unieke kaarten, magneetjes en buttons.

Iedereen die haar gekend heeft, zal haar dadendrang, haar tomeloze enthousiasme en haar optimisme missen. “Urenlang kon ze je aan de praat houden over haar nieuwste activiteiten. Ze was een zakenvrouw pur sang, terwijl ze ook altijd betrokken was bij de vrouwenbeweging en de alternatieve beweging,” zegt Joachim Dongus van Boekhandel de Rooie Rat. Trude Oorschot, vroegere medewerkster van Uitgeverij Greber bij stands op de Gay Games en op Internationale Vrouwendag, herinnert zich Elisabeth als “One of a kind. Ze was een tikje chaotisch, zeer gedreven, rap van tong en had altijd een antwoord klaar. Elisabeth leefde voor haar zaak waarin de positie van vrouwen en minderheden centraal stond. Wij waren een goed team en ik zal haar energieke persoonlijkheid missen.”

Boekwinkel Savannah Bay heeft vaak met Elisabeth samengewerkt. Marischka Verbeek: “Ze bracht me soms tot wanhoop, maar we hebben samen prachtige projecten tot leven gebracht. Dat iemand met zo’n tomeloze energie en betrokkenheid nu nooit meer onze winkel in zal stuiven met een nieuw idee of product dat we ogenblikkelijk moeten proberen, is moeilijk voor te stellen.” Ook bij boekhandel Vrolijk was Elisabeth kind aan huis, vertelt Fransje van Rijn: “Ze haalde unieke artikelen naar Nederland en wist je altijd meer te laten inkopen dan je van plan was.”

Elisabeth leek te beschikken over een onuitputtelijke energie en was niet bang voor een risico. “We vonden het geweldig dat ze het lef had om een boek als het onze uit te geven,” zeggen Esther Bremer en Anja de Crom, auteurs van Pitty naar college. “Ze was chaotisch en onpraktisch, en kwam altijd op het laatste nippertje met fantastische, onmogelijk uitvoerbare ideeën. Maar ze was ook zó enthousiast en volhardend, dat ze het toch voor elkaar kreeg om jou die onuitvoerbare ideeën te laten uitvoeren. Wat we vooral zullen missen is haar moed, haar betrokkenheid en haar volharding.”

Elisabeth is slechts 49 jaar geworden. Met haar verdwijnt een markante persoonlijkheid, die zich met heel haar wezen inzette voor vrouwen- en mensenrechten. Elisabeth was een kleine vrouw, maar wel eentje waar je met geen mogelijkheid omheen kon.


Voor Elisabeth

Wanneer je je laatste reis aanvaardt
lift dan mee op de rug van de wilde ganzen
die huiswaarts keren
glijd van de regenboog tot in het diepe groene dal
maak zorgeloos een vrije val
met de parachute van de esdoornboom
begeleid door de tonen van de vroege zwaluw en nachtegaal
laat je verwarmen door de avondzon
ruik aan de sneeuwklokjes in het veld
blaas tegen het pluis van de paardebloem
en zwier op de dwarrelende herfstbladen, je haren in de novemberwind
proef de eerste sneeuwvlokken van de naderende winter
je wangen fris en koud
je wordt zo oud als het leven je wil hebben

de letters van je naam
staan eeuwig in het alfabet
een kind schrijft steeds je naam:
E l i s a b e t h
met kleine vingers op het natbedauwde raam
dat als het warmer wordt langzaam wordt weggevaagd
wanneer je ochtend daagt

Carry-Ann Tjong-Ayong


Papieren Tijger heeft op verzoek van Elisabeth, vlak voor zij naar Oostenrijk vertrok, haar fonds overgenomen. Enkele uitgaven die nog te krijgen zijn: Met recht een vrouw, Winde Evenhuis en Esther van Eijk (toelichting op het VN-Vrouwenverdrag) De wasvrouw, Carry-Ann Tjong-Ayong (gedichten) De naakte waarheid: overleven in een vrouwengevangenis in Iran, M. Baradaran (non-fictie, maatschappijkritisch) Door het oog van de naald, D. Gidei Biidu (non-fictie, internationaal recht)

 

 

 


Willem Oltmans
30-09-2004

10 juni 1925 - 30 september 2004

Na een slopende ziekte is er een eind gekomen aan het bruisende en zeer betrokken bestaan van journalist en publicist Willem Oltmans. Willem was de wervelstorm op ons kantoor. Wij zullen zijn vinnige pen, zijn heldere kijk op de wereld, zijn humor, en misschien wel het meest zijn scherpe tong missen.

Uitgeverij Papieren Tijger

 

Willem Oltmans werd op 10 juni 1925 te Huizen geboren. Hij groeide op in Bosch en Duin, in een gefortuneerd gezin met een Nederlands-Indische achtergrond. Hij was de middelste van drie broers. Zijn moeder studeerde oude talen; zijn vader chemie en rechten. Zijn vader was advocaat te Amsterdam.

Oltmans liep achtereenvolgens het Baarns Lyceum en het Nederlands Opleidings Instituut voor het Buitenland op kasteel Nijenrode af.
Van 1948 tot 1950 studeerde hij Political Science aan de Yale-universiteit te New Haven, Connecticut. In zijn Baarnse Lyceumtijd kreeg hij bijles in Duits van mevrouw Büringh-Boekhoudt. Er ontstond een langdurige en innige relatie met deze dame die Oltmans als zijn tweede moeder beschouwde. Mevrouw Büringh-Boekhoudt werd enige tijd later tevens rectrice en vertrouwenspersoon van prinses Beatrix.

Sinds zijn negende jaar hield Willem Oltmans nauwgezet een dagboek bij. Dit is hij zijn hele leven blijven doen. Hij noteerde dagelijks precies wat en wie hij had ontmoet en wat zijn gedachten, opvattingen en emoties waren: van de omgang met zijn ouders en familie tot zijn vele vrienden en relaties die hij leerde kennen, van de dagelijkse vorming van zijn geest tot de vele journalistieke en politieke verwikkelingen waarin hij terecht kwam. Ook maakte hij uitgebreid aantekeningen van wat hij op elk moment aan het lezen was. Zijn dagboek is aangevuld met knipsels en documenten, zodat er een reusachtige documentatie van de hedendaagse geschiedenis ontstond. Zijn motief tot deze grondige registratie van zijn bestaan was uiteindelijk een werk te verwezenlijken waarin zichtbaar zou worden hoe een mens wordt tot wat hij is.

De originele dagboeken staan opgeslagen in de Koninklijke Bibliotheek en beslaan ruim 90 meter muur. Van deze dagboeken zijn door Oltmans bewerkingen gemaakt: de Memoires. Deze zullen uiteindelijk uit 76 delen bestaan. Tot nu toe, 2004, zijn er 16 delen verschenen. Ze betreffen de periode 1925-1974.
Deze Memoires zijn te beschouwen als een alternatieve geschiedschrijving van de tweede helft van de 20ste eeuw. Alternatief doordat, in tegenstelling tot officiële geschiedschrijvers, Oltmans met ooggetuigenverslagen kon rapporteren over de gebeurtenissen achter de schermen van de internationale politiek, diplomatie en journalistiek.
Onvermijdelijk komen in deze boeken talloze botsingen met de gevestigde orde aan bod, veroorzaakt door de vele machinaties van inlichtingdiensten en gezagdragers.

Zijn eerste journalistieke activiteit ontplooide hij op de redactie buitenland van het Algemeen Handelsblad te Amsterdam, waar hij door Henk Hofland, zijn vriend van Nijenrode, was geïntroduceerd. Hij werkte daar onder leiding van dr. A.L. Constandse. Na enige tijd te hebben gewerkt voor het persbureau United Press International vestigde hij zich in 1955 in Rome, ondermeer als vast medewerker van het dagblad De Telegraaf.
Hier ontmoette hij op 10 juni 1956 president Soekarno van Indonesië. Conservatief Nederland haatte dit eerste staatshoofd van Nederlands voormalige kolonie; De Telegraaf verbood Oltmans dan ook Soekarno te interviewen. Hij deed het natuurlijk toch; beiden konden het zelfs uitstekend met elkaar vinden. Het betekende het einde van zijn korte carrière bij deze krant, en het begin van zijn problemen met de Nederlandse Staat. Hetzelfde jaar reisde hij op uitnodiging van Soekarno, als medewerker van de Nieuwe Rotterdamse Courant, het Algemeen Handelsblad, het Vaderland en Vrij Nederland naar Jakarta.

Oltmans' eigenschap om geen rekening te houden met de politieke richting van het blad waarvoor hij schreef, maar feiten en achtergronden zo objectief mogelijk te rapporteren, heeft hem zeer invloedrijke vijanden bezorgd, maar ook vele vrienden bij lezers, luisteraars en kijkers over de hele wereld.
Oltmans werd door Buitenlandse Zaken en de rechtse pers als een verlengstuk van Soekarno gezien. Daarmee haalde hij zich de levenslange vijandschap van minister Luns op de hals. Die zorgde er persoonlijk voor dat het alle Nederlandse ambassades werd verboden Oltmans medewerking te verlenen in zijn journalistieke werk. Deze richtlijn werd tot het jaar 2000, het jaar waarin Oltmans zijn proces tegen de Staat der Nederlanden overwinnend afsloot, door Buitenlandse Zaken nageleefd. Ook de media kregen vanuit Den Haag opgedragen geen stukken van Oltmans te plaatsen. Veel medewerkers van Nederlandse media hielden daar rekening mee.
Deze affaire was bepalend voor de rest van het journalistieke leven van Willem Oltmans.
Telkens ontwikkelde Oltmans contacten met de groten der aarde - Soekarno, Indira Gandhi, De Klerk, Arbatov, om er maar een paar te noemen - en telkens trad de Nederlandse diplomatie saboterend op.

Als gevolg van zijn bemoeienissen met de kwestie Nieuw-Guinea werd Willem Oltmans uit Nederland weggepest. In 1958 emigreerde hij naar de Verenigde Staten. In die jaren werkte hij voornamelijk voor het weekblad Vrij Nederland.
Hij heeft er tevens geschreven voor Elseviers Weekblad, de Nieuwe Linie, De Groene Amsterdammer, dagblad Zaanstreek de Typhoon, krantencombinaties als de Grote Provinciale Dagblad Pers en andere binnen- en buitenlandse dagbladen en tijdschriften. Het is de tijd van John F. Kennedy; van Soekarno versus Jozef Luns; van tumult in Cuba; van een dreigende Koude Oorlog en een Amerikaanse heksenjacht op alles wat naar communisme ruikt. Van dit alles doet Oltmans verslag vanuit de eerste hand. Hij sprak direct betrokkenen en was geregeld lijfelijk aanwezig op plaatsen waar historie werd geschreven.
Zijn reizen naar Cuba, Congo, het Midden Oosten, Vietnam, de Sovjet-Unie, Zuid-Afrika, Suriname en vele andere "troublespots" in de wereld resulteerden in vele geruchtmakende artikelen en interviews die vaak belangrijke gevolgen hadden.

In zijn jaren in de Verenigde Staten was Willem Oltmans verbonden aan verschillende lezingbureau's. Hij heeft in het hele land vele honderden drukbezochte lezingen gegeven over internationale politiek voor een uiteenlopend publiek. Zeker in het begin van de jaren zestig toen de onrust in de Amerikaanse samenleving over de Vietnam-oorlog net ontstond was hij zeer invloedrijk in de meningvorming van studenten op de Amerikaanse universiteiten.
Zijn antioorlog standpunt maakte veel los; hij vond daarbij opnieuw de Nederlandse overheid tegenover zich, onder meer in de persoon van ambassadeur J.H. van Roijen.

Deel uitmakende van de zogenaamde groep-Rijkens, een gezelschap Nederlandse zakenlieden en industriëlen verenigd rond oud-Unilever-directeur Paul Rijkens, die een overdracht van Nieuw-Guinea aan Indonesië wenste te bevorderen, bouwde Oltmans vele contacten op, zowel in Nederland, Indonesië als de Verenigde Staten, de drie onmiddellijk bij de Nieuw-Guinea-affaire betrokken partijen. Oltmans opereerde dan al sinds 1957 in het VN-hoofdkwartier in New York en onderhield, naast de groep-Rijkens, nauwe betrekkingen met de Indonesische ambassadeur Zairin Zain en Sukardjo Wirjopranoto.

In april 1961 informeerde hij Walt Rostov, adviseur van president Kennedy, over het bestaan van andere visies betreffende de dekolonisatie van Nieuw-Guinea. Hij raadde hem aan prins Bernhard uit te nodigen. Wat geschiedde. Bernhard bezocht in het geheim Kennedy en de Amerikanen raakten overtuigd van het feit dat de Luns-koers desastreus was. De overdracht van Nieuw-Guinea aan Indonesië zou spoedig geregeld worden. In juni 1961 besloot Oltmans de geheime lobby in Vrij Nederland in de publiciteit te brengen omdat hij de gevoerde lobby niet langer zinvol vond, wat een enorme commotie teweegbracht. De CIA-agent Werner Verrips zou zich vervolgens in zijn contactennetwerk binnendringen en zich steeds meer ontpoppen als Oltmans "baby-sitter". Een kluwen aan intriges, manipulaties en wraak ontstond op de achtergrond van het overdrachtsproces van Nieuw-Guinea tussen Indonesiërs, voor- en tegenstanders van het dekolonisatieproces en zou uiteindelijk leiden tot de geheimzinnige moord op Verrips.
In 1968 publiceerde Oltmans zijn herinneringen over het Nieuw-Guinea-vraagstuk in zijn eerste boek De verraders, waar hij inzicht bood in het debacle van de buitenlandse politiek van minister Luns en het mislukken van de geheime diplomatie van Nederlandse industriëlen.

Na de moord op president Kennedy - in november 1963 - ontmoette Oltmans de moeder van de presidentsmoordenaar Lee Harvey Oswald: Marguerite Oswald. De weergave van de gesprekken en belevenissen met haar zijn uniek. Ook ging hij in die tijd mee als tolk voor de paragnost Gerard Croiset op diens tournee door de Verenigde Staten. De avonturen van Oltmans met hem en de vriendschappelijke relatie met Croiset die daaruit voortkwam zouden in Oltmans' onderzoek naar de moordenaars van president Kennedy van invloed zijn. Door Croiset kwam Oltmans in contact met Carel Enkelaar van de NTS/NOS. Via Croiset kwam hij ook in contact met de mysterieuze graaf George de Mohrenschildt, de babysitter van Lee Harvey Oswald. Op zoek naar de waarheid achter de moord zou Oltmans tot en met 1977 met hem contact hebben. In dat jaar zou De Mohrenschildt eindelijk alles gaan vertellen, in gezelschap van Oltmans en Kouznetsov, medewerker van de Russische ambassade, over de achtergrond van deze politieke moord. Op de plaats van hun afspraak verdween De Mohrenschildt echter plotseling. Hij zou enkele weken later dood worden gevonden in Florida. Oltmans schreef over deze affaire in 1977 het boek Reportage over de Kennedy-moordenaars.

In 1967 ontmoette Willem Oltmans zijn vriend voor het leven Peter van de Wouw. Ze zouden 37 jaar een platonische relatie hebben.

Sinds 1968 heeft hij een aantal jaren de NTS/NOS-televisie in de Verenigde Staten vertegenwoordigd en enkele opvallende reportages gefilmd, waaronder het interview met Jim Garrisson, de Officier van Justitie in New Orleans, die eveneens de moord op president John F. Kennedy trachtte te ontrafelen. Ook interviewde hij voor televisie als eerste Nederlander coupgeneraal Soeharto. En natuurlijk was ook het interview met Black Panther-leider Eldridge Cleaver spraakmakend.

In 1970 maakte hij voor de NOS een film met de adviseurs van Kennedy over de leugens van Luns in verband met de Amerikaanse steun bij een oorlog over Nieuw-Guinea. Hij ontmoette Dewi Soekarno. Een turbulente vriendschap begon, vol hectische verwikkelingen. Samen met Dewi schreef hij een open brief aan Suharto voor Vrij Nederland. Hij reisde met Dewi en haar dochtertje naar Zuidoost Azië om Soekarno te bezoeken die dan op sterven lag. In Bangkok moest Oltmans het vliegtuig verlaten: hij mocht Indonesië niet meer binnen.

Oltmans stelde de eerste televisiedocumentaire samen over het rapport Grenzen aan de groei en de Club van Rome. Hij associeerde zich met deze organisatie en bouwde goede relaties op met de oprichter van de Club van Rome, Aurelio Peccei. Deze introduceerde hem bij Jermen Gvishiani, al snel ontwikkelde zich uit dit contact een omvangrijk relatienetwerk in de Sovjet-Unie. In de loop der tijd probeerde Oltmans dit in te zetten ten bate van o.a. het Nederlands bedrijfsleven; ook bracht hij in 1985 het computerbedrijf Apple in contact met het Kremlin.
Opnieuw werden zijn werkzaamheden vooral op dit gebied door Buitenlandse Zaken en de inlichtingendiensten gesaboteerd. De inlichtingendiensten en De Telegraaf in samenwerking met Oltmans' "vriend" Henk Hofland organiseerden een valstrik. Dit verraad van Hofland leidde tot grote opwinding. In 1973 fotografeerde de - door Hofland in Oltmans' huis in Amsterdam binnengesmokkelde - Telegraaf-fotograaf Peter Zonneveld met een verborgen camera Sovjetdiplomaten tijdens een feestje. De Telegraaf werd hiervoor veroordeeld op grond van de Wet op de Privé-sfeer. Dit betekende de definitieve breuk met Hofland en tevens diens val als redacteur van NRC-Handelsblad.
In de jaren zeventig schreef Oltmans aantal belangrijke boeken. Naar aanleiding van nieuwe problemen met en nieuwe leugens van Luns en natuurlijk de Zonneveld-affaire schreef hij in 1973 Den Vaderland Getrouwe waarin hij alles uit de doeken deed betreffende Luns, Soekarno, De Telegraaf en de in het geniep genomen foto's in Oltmans' woning.

Maar eigenlijk was Oltmans in die jaren vooral bezig met het interviewen over de gehele wereld van hoogwaardigheidsbekleders en wetenschappers over de Club van Rome en de door deze organisatie aangesneden problematiek. Dit zou leidden tot twee omvangrijke boeken die in vele talen werden uitgebracht: Grenzen aan de groei. Het eerste deel verscheen in 1973 en bevatte 75 interviews; het tweede deel verscheen in 1974 met 50 vraaggesprekken.
Zijn bezoeken aan de Sovjet-Unie zouden leiden tot het in 1976 gepubliceerde boek USSR: 1976-1990 en in 1981 tot het boek Het Sovjet-standpunt. Dit laatste werd eveneens in de Verenigde Staten en in Duitsland uitgebracht. Hij maakte het samen met Georgii Arbatov, de Amerika-deskundige van het Kremlin. Andere spelers op het wereldtoneel beschreef hij in publicaties als Europa, over de toekomst van de oude wereld (1977) en Amerika valt (1979).

De nasleep van de Lockheed-affaire verlevendigde zijn betrokkenheid bij het koningshuis. Was hij aan de ene kant geen voorstander van de monarchie, aan de andere kant kruiste de koninklijke familie regelmatig zijn levenspad. Zo ook eind jaren '70 en begin jaren '80. Zijn beroemd geworden persconferentie over de vermeende homoseksualiteit van prins Claus hield de gemoederen lang bezig. Zo schreef hij ondermeer in 1981 Made in Soestdijk en een analyse van de persoonlijkheid van de prins-gemaal in Prins Claus (1984).
Toen Oltmans' proces tegen de Staat eenmaal op volle toeren draaide verscheen er een hoeveelheid publicaties, die mede tot doel hadden het staatshoofd onder druk te zetten op het gebied van de beëindiging van deze rechtszaak. Het onverstandige staatsbezoek in 1995 aan het Indonesië van Suharto was aanleiding voor een tweetal pamfletten: Bon Voyage, Majesteit! en Welkom thuis, Majesteit!. Veelzeggend was de reactie van premier Kok die Bon Voyage tijdens een persconferentie de zaal in smeet toen hem dat door een journalist was aangeboden.
Andere werken van zijn hand uit die periode waren Liegen tegen Beatrix (1996) en Mijn vriendin Beatrix (1999).

De persoonlijkheidsvorming van de mens was een van zijn motieven om zijn dagboekproject vol te blijven houden. Dat de werking van het brein een belangrijk studieobject van Oltmans zou worden moge duidelijk zijn. Behalve in zijn Memoires schreef hij er ook twee boeken over. In 1981 Over intelligentie en in 1990 Oltmans in discussie met Jan Foudraine.

Tijdens zijn reizen in de jaren '80 naar Zuid-Afrika, de Sovjet-Unie en Suriname probeerde hij zowel voor het zakenleven als voor humanitaire initiatieven contacten te leggen. Zo was hij betrokken bij de Alerdinck Foundation, die zich inzetten voor ontspanning tussen Oost en West. Toch was zijn relatie met zakenmensen vaak zeer frustrerend en lieten ze zich uiteindelijk kennen als zakkenvullers of bedriegers. Hij deed een boekje open over dergelijke lieden in 1985 in de publicatie Zaken doen.

In 1983 reisde Oltmans voor het eerst naar Suriname. Met Desi Bouterse zou een lange reeks gesprekken volgen, resulterend in het boek Willem Oltmans in gesprek met Desi Bouterse (1984). Voor Suriname zou hij zich tot 1989 blijven inzetten. Zo trachtte hij te bemiddelen tussen de Surinaamse regering en de rebellenleider Brunswijk en bemiddelde hij tussen de Surinaamse overheid en de KLM over het herstellen van de landingsrechten in Paramaribo voor deze Nederlandse vliegmaatschappij.

In 1986 zou hij voor het eerst naar Zuid-Afrika reizen om zijn vriend Peter te bezoeken die inmiddels daar woonachtig was. Na een intensieve bestudering van het land en het apartheidsprobleem en na ook daar een zeer divers netwerk te hebben opgebouwd besloot hij zich op 30 april 1990 in Zuid-Afrika te vestigen. Hij had inmiddels twee publicaties in Zuid-Afrika op zijn naam staan (Apartheid USA, 1988 en Listening to the silent Majority, 1990). Hij verhuisde met heel zijn hebben en houden naar Hillbrow en wilde zijn oude dag gaan doorbrengen in het nieuwe Zuid-Afrika, dat er onherroepelijk aankwam.

Het mocht niet zo zijn: Buitenlandse Zaken en de inlichtingdiensten hadden een snood plan ontwikkeld om Willem Oltmans in één klap te kunnen ruïneren. Ze oefenden pressie uit op de Zuid-Afrikaanse regering en deze zorgde ervoor dat de zorgvuldig opgebouwde contacten in dat land in een snel tempo werden afgebroken. Uiteindelijk werd Oltmans op 2 augustus 1992 gearresteerd en als een dief in de nacht op het vliegtuig naar Amsterdam gezet. Oltmans was zo goed als alles kwijt en stond letterlijk op straat. Hij besloot terug te vechten en daar had men niet meer op gerekend. Hij startte een proces tegen de Staat der Nederlanden en eiste volledige financiële compensatie voor minstens 35 jaar overheidssabotage en treiteren.

In 1991 had Willem Oltmans eindelijk concrete bewijzen in handen gekregen die aantoonden dat alles wat hij altijd had beweerd over de overheidssabotage tegenover hem waar was: honderden geheime documenten en codetelegrammen kreeg hij - uitgezeefd en wel - in handen via de Wet Openbaarheid van Bestuur, maar belastend en schokkend genoeg. Een deel van de documenten publiceerde hij in 1992 in het boek Vogelvrij. De Staat was ervan uitgegaan dat deze stukken waren verjaard en in het proces niet meer zouden kunnen worden gebruikt. In 1993 zou de rechter echter anders beslissen, omdat geheime overheidsdocumenten waarin sabotage en bedrog tegenover een burger wordt gepleegd niet kunnen verjaren.
Het proces kwam nu pas echt op gang. Vele getuigen zouden worden verhoord, ook prinses Margriet zou worden gedagvaard. Prins Bernhard en zelfs de koningin stonden op de nominatie om als getuigen gehoord te worden. De druk nam duidelijk toe. Naast allerlei schimmige manipulaties kwamen er van lieverlede schikkingsvoorstellen op gang. In 1994 deed premier Lubbers hem een aanbod van honderdduizend gulden, in 1998 was het schikkingsvoorstel door minister Van Mierlo al met een miljoen verhoogd. Uiteindelijk stelde minister Van Aartsen in 1999 voor de zaak op te lossen door middel van onafhankelijke arbitrage. De arbiters oordeelden dat Oltmans gelijk had en bepaalden dat de Staat 8 miljoen gulden netto schadevergoeding moest betalen.
Boeken uit deze periode zijn Persona non grata (1994), en De staat van bedrog (1997); spraakmakend was ook het pamflet Haagse bedriegers (1998).

Eindelijk kon Oltmans zijn Memoires afmaken en uitgave ervan veilig stellen. Ook kon hij nu een vleugel kopen en zich weer op de pianostudie werpen. Maar de ontwikkelingen in de wereldpolitiek zouden hem niet loslaten. Hij bleef zich zorgen maken om de buitenlandse politiek van de Verenigde Staten en schreef er een pamflet over: Who are the number 1 war criminals? Het beschreef en somde de oorlogsmisdaden op van de Verenigde staten na 1945. Op de dag van de geplande uitgave boorden zich twee vliegtuigen in de Twin Towers in New York.
De uitgave van een reeks pamfletten zou de gebeurtenissen in de wereld volgen.
In die tijd ontdekte Willem Oltmans het medium Internet en verkreeg hij een eigen website waarop hij soms dagelijks de ontwikkelingen in de wereld en Nederland besprak. Hij kon nu eindelijk vrij en rechtstreeks publiceren, wat hij tot het einde toe heeft gedaan.

 

 

 


Gerard van Alkemade
26-08-2004

11 november 1938 - 26 augustus 2004

De cineast/niet-westerse socioloog Van Alkemade heeft tussen 1970-1980 vooral documentaires gefilmd in Zuid Amerika in opdracht van de overheid. Het werken in een wereld van onrecht, corruptie en rebellen zal zijn aversie tegen wapens hebben versterkt. Na die tijd maakte actievoerend Nederland zich op tegen kernwapens. Van Alkemade was midden in het demonstratiecentrum actief met publiciteit en organiseren. Zijn verslagen uit die tijd zijn zeer waardevol.

Ook later blijft hij heel actief voor o.a. Het Haags VredesPlatform waar hij glashelder de vermomming van Den Haag als 'Vredesstad' aan de kaak stelde. Ondanks het vredespaleis herbergt deze stad minder vredelievende zaken als wapen- en militaire beurzen, een NAVO-complex, het ministerie van Defensie en meerdere kazernes. Als actievoerder was hij overal in Nederland maar ook in Frankrijk bij manifestaties te vinden, meestal met een fototoestel. Beelden waren voor hem essentieel. Acties zoals de bekende 'Paasmarsen' of in Volkel of Klein Brogel kregen zijn volle aandacht. Als modern vredesactivist was hij zich ook heel bewust van onze verantwoordelijkheid voor een schone wereld en leefde ernaar.

Vanaf 1983 heeft hij de eindredactie van de Vredeskoerier en in 1998 trad hij toe tot de redactie van het vredesblad 't Kan Anders, een samenwerkingsverband van Pais en Humanistisch Vredesberaad. Na de fusie van dit blad met de Vredeskoerier van het Haags Vredesplatform, was hij de eindredacteur van het bekende helgele blad dat maandelijks menig vredesactivist in Nederland voorzag van informatie over vrede en oorlog.

In het najaar van 2002 werd Van Alkemade onderscheiden met de Kees Koning-Vredesprijs van PSP'92. Intussen had Van Alkemade vijf jaar gewerkt aan de biografie van de vredeactivist Kees Koning die eind 2002 uitkwam bij uitgeverij Papieren Tijger. Het alom gewaardeerde boek, Al ga je eraan kapot!

Gerard kan terugzien op een bijzonder welbesteed leven en heeft zich daar ook mee verzoend, hij was "niet ontevreden". Een hem typerende understatement, weinig mensen hebben zich met zo veel overgave totaal ingezet voor vrede en gerechtigheid.

 

 

 


Marc Ouwerling
(07-12-2015)
Marcel van Beurden
(29-10-2012)
Kor Bedee
(18-11-2010)
Joop Waardeloo
(29-05-2010)
W.J. Schuijt
(13-04-2009)
Sonja Prins
(15-01-2009)
Louis Sévèke
(15-11-2005)
Elisabeth Greber
(07-12-2004)
Willem Oltmans
(30-09-2004)
Gerard van Alkemade
(26-08-2004)
Developed with QwikZite (version 1.12)