ISBN 9789067282826
NUR 680
104 pagina's
EUR 15,00 Bestellen
Opgemerkt door preppers
Hoe overleef ik een crisis? Hoe word je zelfredzaam bij rampen? Dick Berts
„We hebben het goed voor elkaar in Nederland, maar ook bij ons kan iets gebeuren. Het kan zijn dat de stroom langere tijd uitvalt, er geen water uit de kraan komt, of dat je tijdelijk je huis moet verlaten, bijvoorbeeld door explosiegevaar”, aldus de overheidssite www.nederlandveilig.nl.
Hoe overleef ik een crisis? toont aan, dat we het in Nederland helemaal niet goed voor elkaar hebben. Het overstromingsrisico is veel groter dan we denken, ons drinkwatersysteem is ontzettend kwetsbaar en er is sprake van een schrikbarend gebrek aan voorraadvorming in onze maatschappij. Daar komt de huidige economische crisis nog bij. Die crisis heeft de potentie om ons enige jaren in het stenen tijdperk terug te werpen.
Dick Berts analyseert niet alleen de risico's die een hoogtechnologische samenleving loopt, omdat we dagelijks afhankelijker worden van vitale infrastructuur zoals drinkwater, gas, elektriciteit en internet, maar geeft ook een praktische handleiding, over hoe u uw eigen huishouden zo onafhankelijk en crisisbestendig mogelijk kunt maken.
De crisis. Het treft iedereen, van arme sloeber tot rijke stinkerd. Kun je jezelf er eigenlijk op voorbereiden? En wie heeft er het meeste last van? Filemon zoekt het uit!
'Goed gedaan Poesjkin, goed gedaan, jij hoerenzoon!'
recensie de Volkskrant
3 december 2011
door Sjeng Scheijen
"Boris Godoenov, opnieuw vertaald door Hans Boland, was Poesjkins ultieme gooi naar de roem.
Ooit waren Nederlanders trots op hun vertaalcultuur, is dat nog steeds zo? Zijn er jonge vertalers die ons door hun vertalingen introduceren in moderne Italiaanse, Franse of voor mijn part Servo-kroatische poëzie? Ze lijken me onzichtbaar.
Hans Boland is de meest extreme variant van de oude soort: een vertaler die het op zich neemt een heel oeuvre van een enkele schrijver volledig in het Nederlands te vertalen. Hij is inmiddels aangekomen bij het zesde deel van wat uiteindelijk een negendelige reeks moet worden met de verzamelde werken van Alexander Poesjkin (1799-1837).
[...]
Poesjkin wordt vaak voorgesteld als een criticus van het tsaristische regime, een liberaal, een vriend van het Westen. Wie dat simpele idee graag complex wil maken, moet zijn tragedie Boris Godoenov lezen. Misschien was Poesjkin een halve liberaal, maar dat betekent zeker niet dat hij een democraat in de moderne zin van het woord was. Boris Godoenov (in 1874 door de componist Moesorgski bewerkt tot de gelijknamige, grootse opera) was Poesjkins meest ambitieuze literaire werkstuk tot dan toe, een poging om zichzelf naast Shakespeare en Schiller te plaatsen. Het verhaal over tsaar Boris is ook een politieke getuigenis. In zijn definitieve versie althans wil het een legitimatie zijn van de Romanov-dynastie, en daarmee eigenlijk van het hele idee van erfopvolging van monarchen."
De Sfinx van Spanje
Albert Helman
ISBN 9789081662819
NUR 697
172 pagina's
EUR 22,90
Uitgeverij Schokland - Kritische Klassieken 1 Bestellen
Protestliederen van Hans Jansen 02-11-2011
Hans Jansen bracht bij Papieren Tijger twee boeken uit:
zijn debuutroman De geselecteerde (1995)
en een biografie over de filosoof Max Stirner, De egoïst Max Stirner (2009).
Radiointerview: Hoe staat het met de memoires van Oltmans?
NOS Radio 1 Het nieuws van alle kanten
29 september 2011 - 13.15 uur
Hij lag zijn hele leven met de overheid in de clinch en zorgde met zijn scherpzinnige en spraakmakende uitspraken dat er altijd wat te beleven viel als hij aanschoof. Journalist en schrijver Willem Oltmans is morgen precies 7 jaar geleden overleden. Zelf zorgde hij ervoor dat wij hem niet kunnen vergeten want zijn memoires bestaan uit maar liefst 75 delen! Oltmans hield zijn hele leven alles bij in dagboeken, keurig gearchiveerd in de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag. Paul de Ridder werd door Oltmans aangewezen om ze te schrijven, en hij is er nog wel even zoet mee, want over 4 weken komt deel 29 uit.
Radiointerview , 29-09- 2011, Radio 1 - Het nieuws van alle kanten
■ Via 'Radiointerview' komt u op een pagina van Radio 1.
Klik daar vervolgens op Paul de Ridder voor het interview.
Samengesteld door Bert Gasenbeek en Floris van den Berg
Humanistisch Erfgoed 12
ISBN 9789067282482
NUR 694
309 pagina's
EUR 30,00 Bestellen
Manon van den Berg in KRO's Goudmijn 30-03-2011
Vriendschap in de dodencel
een reportage van KRO's Goudmijn
Manon van den Berg vertelt het verhaal over haar bijzondere vriendschap met de Amerikaanse ter dood veroordeelde Jessy San Miguel. Ze ging meermalen bij hem op bezoek en zamelde geld in voor een eerlijk proces en zijn verdediging. Maar het mocht niet baten. In 2000 werd Jessy, in Manons bijzijn, geëxecuteerd. Manon heeft nog altijd geen spijt van haar contact. Ze is als mens gegroeid. 'Eigen schuld, dikke bult' heeft plaatsgemaakt voor compassie.
Vriendschap werkt nog altijd door
Haar bijzondere vriendschap met Jessy ligt inmiddels al ruim tien jaar achter haar. Toch staat Manon er nog dagelijks bij stil.
"Door de vriendschap met Jessy ben ik als mens erg gegroeid. In het dagelijks leven merk ik dat nog steeds. Ik werk als budgetconsulent met mensen die in financiële problemen zitten. De buitenwereld denkt dan al snel "eigen schuld, dikke bult", net als bij Jessy. Maar ik weet dat ik niet degene ben die moet oordelen. Ik kijk hoe ik hen bij kan staan.
Door Jessy heb ik een groter empathisch vermogen gekregen. Ik zie in mijn werk dat mensen in een isolement raken: ze schamen zich omdat ze hun rekeningen niet meer kunnen betalen. Ook Jessy was afgeschreven door de maatschappij. Wat ik merk is, dat het erg scheelt als je een luisterend oor geeft. Als je iemand persoonlijke aandacht geeft, zie je die persoon opbloeien. Het maakt van hen geen nummer, maar een mens. Dat heb ik bij Jessy ook gezien."
Manon heeft haar vriendschap met Jessy beschreven in het boek: "Doodstraf voor Jessy".
tekst van de website van KRO's Goudmijn
Doodstraf voor Jessy Manon van den Berg
It only took one person's friendship to release it all.
- Jessy San Miguel
ISBN 9789067282024
NUR 694
211 pagina's
EUR 21,00 Bestellen
ISBN 9789067282451
NUR 302
480 pagina's
EUR 28,00 Bestellen
POËZIE PODIUMBREED 19-12-2010
Ondanks de sneeuw
wisten drie van de vier deelnemers aan Poëzie Podiumbreed naar Café Het Hijgend Hert in Breda te komen.
Alleen D.C. Lama woont - tot teleurstelling van velen - in een deel van het land van waaruit de trein geen optie was.
linksboven: Shakespearevertaler Jan Jonk
daaronder: organisator Marijke Hooghwinkel (Watt's Up)
rechtsboven: Poesjkinvertaler Hans Boland
daaronder: schrijver Renier Koenraadt
rechtsonder: publiek
foto's: Carlo Aben
OBA live Filmpje 10-12-2010
Bert Gasenbeek, samensteller van 'Misschien is niets geheel waar... en zelfs dát niet' besprak dit boek op 10 december met Theodoor Holman en Max Pam bij OBA Live. Van het radioprogramma zijn beelden gemaakt: KLIK HIER.
Boekenbeurs Antwerpen 2010 09-11-2010
Uitgesproken Vara: Comback RedRat 08-10-2010
Interview met Steve Brown 07-07-2010
Fiat Justitia juli 2010
Tekst: Wiebe de Boer en Lorenzo Favetta
Steve Brown
Een Don Quichot
Op het laatste moment wordt van locatie gewisseld. Was eerst een café in de buurt van de Dam het geplande decor voor de ontmoeting, nu wijken we uit naar de Burger King op het Amstel Station. Er hangen daar meerdere camera’s en er is gratis bewaking; een veilige manier van kantoorhouden dus. Het geeft wel aan dat voormalig hasjhandelaar en drugsbaron Steve Brown nog steeds rekening houdt met een aanslag op zijn leven. Tegenwoordig is hij schrijver en probeert hij mede via zijn weblog de ‘maffiajournalistiek’ in Nederland aan de kaak te stellen. We spreken met hem over het leven als drugsbaron, de vete met Peter R. de Vries en de succesvolle periode van The Happy Family.
Carlo Aben sprak met hem voor StadsTV Breda bij Boekhandel Van Kemenade & Hollaers
DEEL 1:
DEEL 2:
DEEL 3:
RusPrix Award 2010 11-06-2010
Hans Boland bekroond met RusPrix Award 2010 voor zijn persoonlijke bijdrage aan de ontwikkeling van de Nederlands-Russische culturele betrekkingen op het gebied van de literatuur
Door hem voorgedragen bij de presentatie van Jevgeni Onegin
Neen, in het Russisch stanza's lezen
Is voor mijn oog niet weggelegd -
Vreemd blijft het mij, in beeld en wezen,
Vreemd als graniet, wat Poesjkin zegt.
Nooit weet ik, in de spiegel kijkend,
Met stelligheid: dit is gelijkend.
Is lezen in een andere taal
Niet papegaai naast nachtegaal?
Er is een ha-kant, hi-kant, ho-kant
In dit facetrijk meesterwerk
- Spot, drift, verbazing - en ik merk
In de vertaling van Hans Boland
Dat ik van alle drie geniet.
We zijn vast dicht bij Poesjkins lied.
De verhalen in de bundel De koe lacht niet meer zijn illustraties van de onvermijdelijke striptease van het dominante denken over ontwikkelingslanden, ontwikkelingssamenwerking, ontwikkelingshulp en de Nederlandse voortreffelijkheid.
door Jan Pronk
Theo Ruyter weet waarover hij schrijft. Hij heeft zich al een jaar of veertig beziggehouden met ontwikkelingslanden en met wat wordt aangeduid als ontwikkelingssamenwerking en ontwikkelingshulp. Hij kent die zaken van binnen uit, omdat hij er in verschillende functies bij betrokken is geweest, in Nederland en in Afrika. Hij is er in de loop der jaren steeds kritischer over gaan schrijven.
Daarvan getuigt ook zijn jongste bundel artikelen en verhalen, verschenen onder de titel De koe lacht niet meer. Die koe komt op twee plaatsen in de bundel aan de orde. In het titelverhaal, een open brief aan zijn vrienden en collega's in Tsjaad, hekelt de schrijver een bedelaarsmentaliteit die de ontwikkelingshulp degradeert tot 'een melkkoe waaraan men zich naar hartelust te goed kan doen'. (pg.33)
Maar niet alleen hulpontvangers krijgen ervan langs, ook hulpgevers. Zij lijden, aldus de schrijver, aan hulpzucht. Die maakt de hulp tot 'een heilige koe, die je nu eenmaal moet vereren'. (pg.174) Die verering staat in het teken van 'het merk Nederland' en van de belangen van de hulpgevers zelf. Dat zijn niet zozeer de exportbelangen van de Nederlandse economie, maar de belangen van de hulpindustrie, die 'goede sier maakt met de (melk)koe' (pg.156) en doorholt als een kip zonder kop. Dat komt niet omdat de dominee het gewonnen zou hebben van de koopman, maar omdat hulp geven een doel op zich zelf is geworden en hulpgevers daar wel bij varen.
Veel mis
Ruyter bekritiseert de psychologische instelling van weldoeners die hulpontvangers een brevet van onvermogen geven en hen veroordelen tot levenslange bijstand. Zijn kritiek betreft eigenlijk het hele systeem van ontwikkelingssamenwerking zoals zich dat in de loop van enkele decennia heeft ontwikkeld. 'Grootschalige en aanhoudende westerse hulp heeft het streven van jonge naties hun formeel toegekende onafhankelijkheid en soevereiniteit daadwerkelijk gestalte te geven in de knop gebroken en omgevormd tot een patronage systeem dat wordt gekenmerkt door ongelijkheid en afhankelijkheid'. (pg.165)
Deze kritiek sluit aan bij die van Graham Hancock (Lords of Poverty) in de jaren '80 en recentelijk Dambisa Moyo (Dead Aid). Die kritiek kan niet gemakkelijk terzijde worden geschoven. Er is veel mis. Wat ontwikkeling wordt genoemd, verdient vaak die naam niet, omdat grote delen van de bevolking er niet van profiteren. Wat als hulp wordt gekwalificeerd leidt vaak tot afhankelijkheid in plaats van verzelfstandiging. Wat met een mooi woord samenwerking heet blijkt vaak een dekmantel voor bevoogding en neokolonialisme. Het is al vaak gezegd, maar het heeft niet geholpen, aldus Ruyter, want de belanghebbenden sluiten de gelederen en doen alsof hun neus bloedt.
Het alternatief van de auteur is niet volledig stoppen met alles, maar teruggaan tot de kern: 'internationale, juridisch verankerde gerechtigheid', met van buitenaf een 'inbreng in het ontwikkelingsproces van de ander (die) aanvullend en tijdelijk is'. (pg.165) Ruyter pleit er voor om niet meer te spreken van ontwikkelingshulp en ontwikkelingssamenwerking, omdat deze woorden de werkelijkheid verdoezelen.
Ik begrijp dat pleidooi, maar ik deel het niet. Voor mij staan deze twee begrippen voor een ideaal. Dat ideaal betreft nu juist die kern: een wereldwijde rechtsstaat, internationale belastingheffing op verkregen welvaart en buitenlandse steun die de eigen inspanningen niet vervangt, maar katalyseert. De praktijk wijkt af van de norm, steeds verder, maar ik kan die norm niet missen.
Harde verwijten
Hetzelfde geldt wat mij betreft ook voor begrippen als 'Europese unie', 'Verenigde Naties' en 'mensenrechten'. In de politieke praktijk van vandaag hebben de meeste mensen weinig rechten, zijn de naties steeds minder verenigd en is Europa steeds minder een gemeenschap, laat staan een Unie. Maar voor mij vertegenwoordigen al deze begrippen een doel dat nagestreefd moet worden, een maatstaf waaraan de praktijk getoetst wordt.
Inderdaad, met politiek correct taalgebruik worden realiteiten verhuld en illusies in stand gehouden. Theo Ruyter heeft gelijk daar waar hij stelt dat de realiteit is dat 'negatieve verschijnselen in de hand worden gewerkt door dezelfde mensen als degenen die pretenderen ertegen te vechten'. Aldus wordt de illusie in stand gehouden 'dat mensen bewust en daadwerkelijk bezig zijn een andere realiteit te scheppen'. (pg.156)
Dat zijn harde verwijten, en niet onterecht. Ik heb soortgelijke kritiek geuit toen ik armoede en afhankelijkheid omschreef als situaties die 'willens en wetens' in stand worden gehouden door een internationaal politiek en economisch systeem, dat alleen functioneert ten gunste van degenen die zich al een voorsprong hebben weten te verwerven.
Meelopers
Theo Ruyter richt zijn kritiek echter niet alleen op degenen die binnen dat systeem aan de knoppen draaien, maar ook op de meelopers: het 'draagvlak', de filantropen, de doe-het-zelvers, de Afrofielen, de erfgenamen van de ethische onderstroom in het kolonialisme, de wensdenkers, en al die anderen die denken dat zij heel goed bezig zijn en dat er geen enkele reden is om de bakens te verzetten.
Die groepen horen niet allemaal over een kam te worden geschoren. Er is nog steeds veel oprechte interesse in hoe de wereld in elkaar steekt en hoe de situatie in Afrika werkelijk is, veel echte betrokkenheid en goede wil. Maar Ruyter heeft gelijk wanneer hij er voor pleit emotionele betrokkenheid te combineren met intellectuele integriteit en koelbloedig handelen. Integriteit voor alles.
'Dat betekent in de eerste plaats', zo schrijft hij, 'dat je de werkelijkheid tot je laat doordringen, je verzet tegen psychische mechanismen zoals selectieve perceptie en projectie, om maar te zwijgen van desinformatie en andere doelbewuste pogingen de werkelijkheid naar je hand te zetten. Het komt er […] op aan inzicht te verwerven, te begrijpen waarom bepaalde dingen zich voordoen, incidenteel of bij herhaling'. (pg.149) Daaraan ontbreekt het vaak, mede omdat mensen een rad voor de ogen wordt gedraaid, door belanghebbenden, door media en door opinieleiders.
Het kritisch analyseren van de werkelijkheid betreft zowel de verhoudingen in de wereld als die in ons eigen land. De eerste categorie komt in deze bundel slechts terloops aan de orde, maar van de wijze waarop een en ander in het Nederlandse beleid is misgelopen, worden in De koe lacht niet meer veel voorbeelden gegeven. Dat maakt de kritiek wat onevenwichtig.
Werkelijkheid
Maar dit wordt ruimschoots gecompenseerd door een aantal verhalen over de werkelijkheid in Afrika zelf. Die verhalen beschrijven niet de zieligheid van Afrika. Ze prediken geen doemdenken, maar getuigen evenmin van ongefundeerd Afro- optimisme. Het zijn verhalen over mensen uit het Westen die op een onverwachte manier geconfronteerd worden met de Afrikaanse werkelijkheid.
Deze verhalen schuren, maken dat de lezer zich ongemakkelijk gaat voelen, niet uit schuldgevoel, maar omdat er – zo luidt de titel van een van de verhalen – een striptease wordt uitgevoerd. De expatriate, de buitenlandse docent aan een universiteit, de ontwikkelingswerker, de journalist, de Europese vriend op bezoek, de reiziger, de ervaren Afrika kenner en de naïeve bezoeker; zij komen in deze verhalen allemaal in hun hemd te staan, omdat zij er eigenlijk weinig van begrijpen.
Al deze verhalen zijn illustraties van de onvermijdelijke striptease van het dominante denken over ontwikkelingslanden, ontwikkelingssamenwerking, ontwikkelingshulp en de Nederlandse voortreffelijkheid. De keizer heeft geen kleren aan, dat is de rode draad door het betoog in deze essays. Het is de vraag hoe we daarop reageren. Wenden wij ons af, uit schaamte of weerzin? Verwijten we de boodschapper dat hij ons de ogen wil openen? Brengen we de keizer om? Of kleden we hem opnieuw met het gewaad dat hem past?
De auteur was in het verleden namens de PvdA diverse malen minister van Ontwikkelingssamenwerking.
Door hem voorgedragen bij de presentatie van Het geheim van de Nazoreeërs
Jeruzalem in woord en beeld
Alles overvalt in deze stad mateloos
stank voert strijd met ingedroogd zweet
en geschreeuw van verhitte mannen
over het eeuwig ongelijk
Romeinen stampen laarzen
verdrinken in dronken stegen vol gemurmel
priesters haasten zich de weg naar een vergeten God
vervloeken elke lastering die ze zelf aanbidden
de hogepriester hoereert op sluipvoeten de keizerlijke macht
in deze werveling van God en goden spelen
woeste vetes blootsvoets als geharnaste ridders
een dodelijk spel van woorden
die stad leeft gesplitst in holtes vol vergif
venijn
ondermijnd door zichzelf
begroeid met weerbarstige olijfbomen
en ondoordringbaar de muren uit eigen rotsvastheid gegroeid
in de spelonken van de benedenstad
aan de onderkant van alle beschaving meurt het dampende volk verwensingen en
spuugt het woede in die nooit verschoonde stegen
het plebs vervuilt de straten voortdurend
en opstanden lopen als krolse katers
door de holle stad
Sicarii
moordenaars verspillen ander tuig én braafheid
de bovenstad met de verdachte vreemden
een ander ras en eigen priesters
volk van bedriegers en potentaten
drijvend in vette wellust en geilheid
overheersers maar nooit aan de macht
corrupte paleisbazen in albasten torens vol geweld
de gouden kooi voor hoogmoedige gevangenen
dit Jeruzalem
heilig
ontaard
goddelijk
duivels
in een orgie van gewapende vrede en vunzig verraad
dit Jeruzalem eeuwig twistappel van afgoderijen
lasteraars en menselijke bloedzuigers
en altijd weer een ongrijpbare Salomé met een mannenhoofd als wildschotel rondgedragen
dit Jeruzalem de geboortestad van twist en liefde
amoureus en kwaadwillend
waar Pilatus dwangmatig de andere handen van Herodes
Kajafas wast
maar evenzo het centrum van een aards universum
wieg van een gezuiverd wereldbeeld
plaats van goddelijke hoop
altaar van liefde
geloof